Flemish Phrases

This page contains a table including the following: Flemish phrases, expressions and words in Flemish, conversation and idioms, Flemish greetings, and survival phrases. It also helps if you simply want to know what to say when chatting in Flemish!

Most of the sentences below are used for everyday life conversations, so they might come handy if you memorize them.

Flemish Phrases


    

English Phrases Flemish Phrases
 
English Greetings Flemish Greetings:
Hi! Hallo!
Good morning! Goeiemorgen
Good evening! Goeie avond
Welcome! (to greet someone) Welgekomen
How are you? Hoe gaat het met jou ?
I'm fine, thanks! Met mij is alles goed.Dank u.
And you? En jij ?
Good/ So-So. Goed , zo en zo
Thank you (very much)! Dank uwel!
You're welcome! (for "thank you") Het is niks, graag gedaan
Hey! Friend! Hallo, vriend!
I missed you so much! Ik heb je gemist.
What's new? Wat is er nieuw?
Nothing much Niet veel.
Good night! Goeie nacht!
See you later! Ik zie je later!
Good bye! Vaarwel!
Asking for Help and Directions
I'm lost Ik ben verloren.
Can I help you? Kan ik je helpen?
Can you help me? Kan je mij helpen?
Where is the (bathroom/ pharmacy)? Waar is het toilet / apotheker?
Go straight! then turn left/ right! Ga rechtdoor! Dan draai naar links/rechts!
I'm looking for john. Ik ben op zoek naar John.
One moment please! Een momentje alsjeblieft.
Hold on please! (phone) Blijf aan de lijn.
How much is this? Hoeveel kost dit?
Excuse me ...! (to ask for something) Excuseer mij...!
Excuse me! ( to pass by) Excuseer mij!
Come with me! Kom met mij mee!


    

How to Introduce Yourself
 
Do you speak (English/ Flemish)? Spreek jij engels / nederlands?
Just a little. Een beetje.
What's your name? Wat is je naam?
My name is ... Mijn naam is ...
Mr.../ Mrs.…/ Miss… Mijnheer/mevrouw/juffrouw
Nice to meet you! Blij je te ontmoeten
You're very kind! Je bent zeer vriendelijk
Where are you from? Vanwaar ben je?
I'm from (the U.S/ Belgium) Ik ben van de USA /België
I'm (American) Ik ben een Amerikaan
Where do you live? Waar woon je?
I live in (the U.S/ Belgium) Ik woon in de USA/België
Did you like it here? Vind je het plezant hier ?
Belgium is a wonderful country België is een zeer mooi land.
What do you do for a living? Wat doe je als beroep?
I work as a (translator/ businessman) Ik werk als een vertaler/zakenman.
I like Flemish Ik vind nederlands leuk.
I've been learning Flemish for 1 month Ik leer nederlands nu al een maand
Oh! That's good! Och! Dat is goed!
How old are you? Hoe oud ben je?
I'm (twenty, thirty...) years old. Ik ben twintig,dertig jaar.
I have to go Ik moet gaan.
I will be right back! Ik ben straks terug.
Wish Someone Something
Good luck!
Happy birthday! Gelukkige verjaardag
Happy new year! Gelukkig nieuwjaar
Merry Christmas! Zalig kerstmis
Congratulations! Proficiat!
Enjoy! (for meals...) Eet smakelijk!
I'd like to visit Belgium one day Ik zou graag België op een dag bezoeken.
Say hi to John for me Zeg “hallo” tegen John voor mij.
Bless you (when sneezing) Gezondheid
Good night and sweet dreams! Goeie nacht en droom zacht
Solving a Misunderstanding
I'm Sorry! (if you don't hear something) Sorry , ik versta u niet.
Sorry (for a mistake) Sorry
No Problem! Geen probleem
Can You Say It Again? Kan je het herhalen?
Can You Speak Slowly? Kan je ietsje trager spreken?
Write It Down Please! Schrijf het neer , alsjeblieft
I Don't Understand! Ik versta het niet
I Don't Know! Ik weet het niet
I Have No Idea. Ik heb geen idee
What's That Called In Flemish? Hoe noemt dit in het nederlands ?
What Does "gato" Mean In English? Hoe noemt dit woord in engels ?
How Do You Say "Please" In Flemish? Hoe zeg je “please” in het nederlands?
What Is This? Wat is dit?
My Flemish is bad. Mijn nederlands is niet zo goed.
I need to practice my Flemish Ik moet nederlands oefenen
Don't worry! Geen paniek!
Flemish Expressions and Words
Good/ Bad/ So-So. Goed/ slecht / zo en zo
Big/ Small Groot / klein
Today/ Now Vandaag/ nu
Tomorrow/ Yesterday Morgen / gisteren
Yes/ No Ja / nee
Here you go! (when giving something) Alsjeblieft
Do you like it? Vind je het leuk?
I really like it! Ik vind het tof.
I'm hungry/ thirsty. Ik heb honger / dorst
In The Morning/ Evening/ At Night. In de morgen / ‘s avonds/ ‘s nachts
This/ That. Here/There Dit / dat. hier / daar
Me/ You. Him/ Her. Ik / jou. hij / zij
Really! Echt waar!
Look! Kijk!
Hurry up! Haast je!
What? Where? Wat? waar?
What time is it? Hoe laat is het?
It's 10 o'clock. 07:30pm. Het is tien uur. 7:30 pm
Give me this! Geef me dit!
I love you! Ik hou van je !
I feel sick. Ik voel me ziek!
I need a doctor Ik heb een dokter nodig.
One, Two, Three Een , twee , drie
Four, Five, Six Vier , vijf , zes
Seven, Eight, Nine, Ten Zeven , acht , negen , tien

I hope the content of this page was useful to you, and that you learned some Flemish phrases, expressions and words. Make sure to memorize them to be able to use them in your daily conversation. If you want to practice what you have learnt here, go to Language Test.